p  a  u   L  E  G  E  L  a  n  d

 

Grafiekabonnement
 

Tweede zending 2009

 

Voorspelling

 

 

In My Mind

 

Nakomeling-1

 

Beste abonnee,

Begin 2010, 23 januari, komt er een solo tentoonstellinkje aan.
Enkele portretten zullen er wel hangen maar ook ander werk, tekeningen, grafiek, een paar foto’s wellicht.
Het lijkt misschien een willekeurige keuze.
Toch is er wel een rode draad.
Het zijn, zeg maar, allerlei kunstvormen waar ik heel erg goed in ben.
Oh ja, tekstjes komen er ook bij hier en daar. Dat lijkt mij wel leuk en leerzaam.

Het is volkomen terecht dat ik zo hoog van de toren blaas.
Tenslotte gaat het hier om een tentoonstelling in ons Schijndel.
De gemeente heeft een tentoonstellingsruimte “KEG” en nodigt kunstenaars uit deze met kunst te vullen.
Andere grote merknamen als Daniëls, Tuymans, Dumas zijn daarvoor nog niet uitgenodigd.

 Laatst vond ik in de krant waarop ik een goedkoop uitprobeerabonnement had voor een maand de erkenning van mijn probleem.
Da’s toch altijd een begin van de oplossing. Heel Eindhoven kon het volgende lezen:

  

U en ik hoeven het artikel niet daadwerkelijk te lezen om te weten dat deze jongen de krant weer eens gehaald had. Een halve pagina vol.
Onlangs heb ik geleerd hoe je een Toyobo plaat zo kunt bewerken dat je er een diepdruk of, bij een iets andere bewerking, een hoogdrukplaat van kunt maken.
Dat was op Grafisch Atelier Daglicht. 
Ik kwam binnen en zei: “Hoi.”.
“Ha Paul!”, (“Leuk”, zei er ook nog eentje)  zeiden de andere deelnemers die vervolgens wél
de hele ochtend nodig hadden om zich voor te stellen.
Het is ronduit stuitend om steeds weer te moeten merken hoe belangrijk sommige mensen zichzelf vinden.
Maar goed, deze techniek schept mogelijkheden, want op allerlei manieren kun je doorzichtige sheets betekenen of  printen en het binnen de wereld van “echte”grafiek halen.
Voor je het weet is het dan al binnen in de wereld van Legel.
In deze zending laat ik u daar wat van zien.
En ook op het aanstaande tentoonstellinkje komt daarvan wat te hangen.
Er is al wel een titel voor de tentoonstelling: “Anything to Declare?” .
Ik hoop op een tentoonstelling waarin ouder en nieuw werk met elkaar vergeleken kunnen worden zodat nog onbenoemde thema’s ook voor mij beter zichtbaar worden.
Grafiek staat in het atelier gelukkig weer op het punt om veel aandacht te krijgen.
Ik voel de druk van het tentoonstellinkje waar ik in feite momenteel niet zoveel zin in heb.
Veel liever besteed ik m’n tijd aan grote droge naald etsen.
Een project dat waarschijnlijk nog veel bewerkelijker is dan de geschilderde portretten van Face It.

Nog  een statementje op de valreep van 2009?

Wellicht heb ik het al eens laten doorschemeren als zijnde een thema in mijn oeuvre.
Echt benoemen is er nog niet van gekomen. Ambitie.
Ambition zoals de Engelsen zo mooi zeggen, en daar bedoelen ze dan feitelijk ambitie mee.
Zeg ambition 95 keer achter elkaar en je moet naar de wc. Bij ambitie ga ik ruim over de 100 keer pas.

In m’n nieuwste portret in de Face It serie gaat het vooral daarover denk ik.
De kapster die ik de mijne kan noemen, omdat op de knipspaarkaart alleen haar naam steeds staat afgetekend, heeft namelijk geen ambities.
Ze verklapt er in ieder geval niet één aan mij.
Telkens weer probeer ik een gesprekje op gang te brengen over toekomstplannen.
Dat gaat dan via de drukte en de schoonheid van de dag waarin we leven, en via de vakantie die geweest is of die nog gaat komen.
Ook via de vragen als “nog iets nieuws beleefd?, doe jij aan carnaval?, nog uit geweest?, wat vind jij eigenlijk van…en dan een verschrikkelijk grote zakkenwasser noemen….
eentje die mij goed laat uitkomen?
Daarop krijg ik denk ik nooit het complete antwoord.
Ik blijf hopen, al was het maar omdat ik daar recht op heb, op die hoop.
Da’s één van mijn ambities, blijven hopen.
Ik vertel ook wel eens wat van mezelf als ik denk dat het een duwtje kan geven.
Iets lolligs over de kinderen of zo. Tot nu toe is het eigenlijk een hopeloze missie gebleken.
Het kabbelt voort. (Maar nogmaals ze vertelt mij denk ik ook niet meer dan nodig is om de tijd voor mijn haar te vullen, en dat is vrij kort).
Ik ga naar de kapster met een missie.

Ze werkte wel ontzettend goed mee aan de foto’s. Had zich van top tot teen nog mooier gemaakt.
Het hoofd was genoeg geweest…Is dat toch ambitieus te noemen?  Maar fotomodel of zoiets, nee dat zag ze niet zitten.
(“Mooi te laat”, dacht ik toen ) Het is het moeilijkste portret tot nu toe.
In de Face It serie speelt contact een grote rol.
Contact is een belangrijke bouwsteen van mijn ambitie daarmee. Contact geeft hoop.
Bij de kapster is contact problematisch, hoe open is ze?
Zo kom ik natuurlijk nooit iets te weten over geen ambities.
Straks is ze nog volkomen gelukkig zonder ambities.
Dan heb ik verdomme een probleem.
Bij al die schichtigheid voelt de beschouwer van het portret zich straks hoop ik net zo ongemakkelijk als ik.
Mijn haar groeit maar door en ik heb nog niks fatsoenlijks om haar, mijn kapster, te laten zien.

Eens kijken was er nog iets anders opmerkelijks? 
Nou bijvoorbeeld dat ik Theo Maassen eens een keer niet ben tegen gekomen toen ik met Spinvis achterop de bagagedrager naar m’n atelier fietste
om naar het portret te gaan kijken dat ik van hem gemaakt heb. 
Dat vond ik erg leuk. Ook al omdat Spinvis zo’n mooi liedje gemaakt heeft dat “Bagagedrager” heet. 
Hij vond m’n onthoofdinkjes ook interessant.
En dat terwijl ik ‘m vergeten ben te zeggen dat ik die serie de “Luggage”-serie noem.
En dat terwijl ik zijn nummer “Voor ik Vergeet” ook zo prachtig vind.

Drie drukjes in deze alweer laatste zending van 2009. Allemaal zwart/ grijs.

“Voorspelling” is een droge naald ets.

Een schoon leeg bord schept verwachtingen.  Moet ik er meer over zeggen?
U weet al dat ik met het gegeven “onthoofding” bezig ben. Ik hoop dat het me lukt om voor de tentoonstelling een grote variant te maken van dit beeld.
Bij een intensief bekraste droge naald ets van het formaat van ongeveer 60 x 85cm denk ik dat het wel bij de beschouwer over zal komen
dat het een beeld is dat is ontstaan uit obsessieve gedrevenheid, angst, lust en idioterie.
Oh ja en hoop naast nog een paar zaken. 
Ik breng het zelf ook in verband met de ovale vorm die nu veel opduikt in m’n Toyobo etsen.
In die ovaal verschijnt dan een portret. 
Voor mij is het nu een bijna abstracte vorm die een hoofd aankondigt. Interessant vind ik , zo’n ovaaltje.

“Nakomeling-1” is  een afdruk van een Toyobo plaat.
Het hoofd is ontstaan door een schilderij van Inez en een schilderij van mij samen te voegen.
Toch blijft het beeld vooral fotografisch op de een of andere manier.
Eén van de vele combinatieportretjes die ik zo hoop te gaan maken.

“In” is een hoogdruk van een Toyobo plaat (als linoleumsnede).
Uitgangspunt vormt het schilderij dat ik bij de vorige zending in de tekst heb afgedrukt. (kortweg Luggage-3)
Aan dat schilderij zitten zoveel verschillende beschouwingslagen dat ik daar de controle allang over kwijt ben.
Het beeld blijft zich in mij opdringen ook als ik er al in zit.

 


Eerste zending 2009

         

 

Fingertip1

     

 

Fingertip 2

 

 

Flats

 

 

 

Womb

 

 

 

Beste abonnee,

Ik heb al een jaar geen tentoonstelling en er staan ook geen tentoonstellingen op stapel.
Dat schept ruimte. Misschien wordt het dan toch nog een goed grafisch jaar.
Waarschijnlijk ben ik het enige bedrijf in de wereld waarbij de kwartaalcijfers van begin 2009 gemiddeld 583% hoger zijn dan vorig jaar, terwijl de verkoopprijs van een toppertje binnen het productaanbod, het grafiekabonnement, niet gestegen is.
Werk uit 2006 doet het opeens goed in 2009. Het deed het al goed in 2006, maar toen hadden alleen de abonnementhouders dat in de gaten.
Dit zijn alleen nog maar lichte aanwijzingen die het positieve gevoel iets meer grond geven.
Het zou alsnog wel eens een goed grafisch jaar kunnen worden, omdat ik me nog aan zoveel dingen erger. Is er iets mooiers in de wereld dan ergernis?
Als het omgekeerde van baksteen niet zou beginnen met “nee” dan zou ik ‘m zo in koppen.

 Tot nu toe is het niets anders geweest dan schilderen in 2009. Portretten en zelfportretten.
Hét onderwerp voor de betere schilder die beseft dat het in het leven en dus ook in de kunst altijd  te doen is om de ervaring van het menselijke.
Als je bijvoorbeeld een pissebed bent of een leuk poesje ligt dat anders, dan moet je niet zo zeiken, vind ik.  
Het is geen populaire mening, maar hij mag er zijn, vind ik.

Ik vind tegenwoordig steeds meer dat “het “ er mag zijn. Dat heb ik geleerd in het leven.
In het geval  van rot gevoel of jaloezie of je schaamte over andere gevoelens die je hebt zeg dan: “ Okay Paul (ik noem maar een naam waarbij je denkt: “hé, daar ga ik me voor inspannen…), okay, maar het mag er ook gewoon zijn.” En, let op,  dan die ij van zijn een beetje langer maken. Het helpt.  De problemen zijn ineens een stuk minder groot.
Maar na een maand of twee,drie word je dat ook wel zat. En dan geldt ook dat het er mag zijn.

Dat er mogen zijn van dingen, nauwelijks een mening hebben of die zo lang mogelijk uitstellen,mensen die zeggen ernaar te streven om op den duur niks meer te vinden.
( “Om op te gaan in het totale niets”, hoorde ik onze nationale trots in de muziekbranche, Japie van Z., laatst nog zeggen in het televisieprogramma Zomergasten.).
Het is allemaal één pot nat. Een beetje romantiek en een beetje taoïsme en een tegenvaller in je leven en je gaat dat soort dingen zeggen.
En dat mag gewoon, lieve mensen, het mag. Van mij mag het.
Ik flikker de rode kool en de hachee en de appelmoes en het glaasje melk ook door elkaar en leef nog steeds.

 “Maar… als je opgaat in het niets,…uh….,
mag je er dan eigenlijk niet zijn?”
“Natuurlijk mag je er zijn, maar dat zou ik niet doen, want dan is het hele effect weg.”
Maar ja het mag wel. En het niets ook. Het niets mag er ook zijn.
Dat mag van mij, van mij wel en ik mag dat zeggen.
Jij en het niets, twee dingen, samen één…,helemaal niks.

“Hebben ze tentoonstellingen in het niets?”
“Nee, Paul, ze hebben geen tentoonstellingen in het niets, en dat mag.”
“Dan ben ik, met niks op stapel, op de goede weg.” 

Luister, ook iedereen die niemand meer is daar in het niks,
ik
ben geboren als mens,
ik heb er sindsdien recht op om zo menselijk mogelijk te zijn.
Ik
wil niet opgaan in het niets, ik wil opgaan in het mens zijn. Helemaal op wil ik gaan.
Ik is menselijk, en daar hebben we het mee te doen. En het mag er zijn. Zelfs in niks zit ik. (Dat is typisch Nederlands)
En nog een motto met een vingertje: “Teveel van niks is ook niet goed”

 Het intrigeert me toch wel dat niks.

 

De zelfportrettenserie in ontwikkeling getiteld: “Please, Don’t Leave Your Luggage Unattended” zit natuurlijk vol met wat hierboven beschreven is.
Over hoe het ik overleeft ondanks zijn slechte reputatie in deze hapsnap tijden. De blik in de ogen van ik,  een regelrechte  who-done-it .
En de beschouwer vraagt weer eens naar de bekende weg.

 

(2009: Please, Don’t Leave Your Luggage Unattended -3)

 

In de eerste zending krijgt u te maken met de kleuretsen in een nog groeiende serie: “Fingertips”
De voorstelling is een vingertje of duim zonder de rest van de hand.
Als u zoiets in de bus krijgt dan is dat over het algemeen geen goed teken.
In de tijd dat ik weigerde om bij de verkenners te gaan, was dat al zo. En toch ben ik enthousiast over deze nieuwe weg.
Aan de nagels kunt u zien dat mijn vingers model hebben gelegen. Net als een zelfportret met de ogen dicht, of onthoofd zelfportret wringt de voorstelling met het feit dat het schilderij, of hier de ets, gemaakt is. Dat wordt moeilijk zonder duim en vinger. In die zin is het werk de ontkenning van het eigen realisme.

Dan kun je geruststellend concluderen dat je de voorstelling niet al te letterlijk moet nemen.
Echt geruststellend is dat nooit lang bij een werkje van Legel. Die is er namelijk niet op de wereld om u gerust te stellen. Al voelt het erg veilig in zijn nabijheid (ruim begrip), op de tocht door de ontkenning heen. Dat heb ik ook wel bij hem. Alleen de ontkenning zelve is er niet gerust op. Zonde, want Legel fluistert zo vaak in de leegte: “Ach, lief ontkenninkje, ben toch niet zo bang,  ik ga alleen door je heen, da’s alles. Je mag er zijn ook al ben je niks.”

 Een vinger zonder lichaam, in films heeft dat steevast met ontvoeringen te maken en die hebben het weer uit de dagelijkse werkelijkheid gejat.
Ik zal niet ontkennen dat dát er ook mee te maken heeft. Dat thema moet eerst nog wat doorgroeien.
In het geval van vingers in de voorstelling, zeker als ze van de maker zelf of diens gelijke zijn, hebben we te maken met het thema: de schepping. Daar mag niet te licht over gedacht worden.

En met meningen hebben en vingerwijzingen en met betweters in het algemeen en met tips.
En duimen…., ik heb heel veel geduimd vroeger,en gelooft u mij, er komt echt niks uit.
En het is een onderwerp van gevoeligheid en hoe je die bewaart of ontwikkelt, wat je daarvoor inlevert, wat je wordt onthouden. Hoe het terugkomt, en van wie?
Hier heb ik alle vingers.
De medische wetenschap kan best veel.
De kunst..,doet soms wonderen.
Dan gaat ze er met mijn vingers vandoor, de ontkenning voorbij.

Bijgaand een paar beroemde vingers, die nog wel aan handen zitten:

Michalangelo Caravaggio
Velasquez  Rembrandt
Chagall Beckmann

Ik maak nog wel eens een fotootje, zoals eerder dit jaar. Twee gaan er dit keer met de zending mee, waarin nu het onsmakelijke als mogelijk thema begint te dagen.
Flats” is gemaakt in mei. De maand waarin de vogeltjes hun statements maken.
Een echte kunstenaar ziet de kwaliteiten van beeldend werk. Van het eigen werk en dat van de andere schepsels.
Een kunstenaar die kwaliteiten ziet in andermans werk die de maker zelf niet ziet, verdient het om als de werkelijke schepper van het werk erkend te worden.
“Flats”  is de registratie,in de vorm van een foto, van een werpsel dat uit een vogeltje kwam.
Door middel van deze foto eis ik de auteursrechten op van deze prachtige schets van een struisvogelachtige reiger
Ondanks portretten en dit begin van een cyclus over stront die toevallig de kwaliteiten van een Rembrandt heeft, blijven voorwerpen belangrijk in mijn oeuvre.
(Waarvoor nog geen allesomvattende prijs is bedacht die mij door de recessie van het leven heen sleurt.)

De tweede foto (“Womb”) geeft een beeld van een echt blikken blik met daarin opgebrande wierookstaafjes.
Als rook niks is dan hebben ook die staafjes hun einddoel bereikt door in het niks op te gaan.
Oh, wat zullen ze gelukkig zijn.  
Bij de onthoofde portretten is het steeds de vraag: “Waar moet ie op liggen?”
Op een bord, in een (Legel-)mandje (!). Tot nu toe op iets ongedefinieerds dat wel weerspiegelend is. Zo’n echt blik is op den duur een grote kanshebber.  Het suggereert dat wat erop ligt afval is. Het heeft ook een interessante vorm. Het herinnert me aan m´n tasjes, koffertjes (luggage), een bootvorm (ik mag het mij toch zeker laten herinneren aan wat ik wil) 

Ik vind het bovenal een vrouwelijke vorm.
Een soort troostende en verstikkende schoot, van moeder of geliefde of hoop.
Opgaan in het niks kun je daarin.

Hallo, hallo, wie rookt daar zo?
It´s me, baby,
ik.