p  a  u   L  E  G  E  L  a  n  d

 

Grafiekabonnement
 

 

Tweede zending 2007

 

 

 

 

 

 

                  

 

Beste abonnees,

“En hoe zit het met de lol, Paul?”
“Ach man, alles en iedereen moet tegenwoordig lollig zijn anders is het niks. Lollig staat voor scherp, gevat , is mannelijk , is snel succes.
Lol verkoopt .
Mijn werk niet.
M’n zelfportretten zijn niet lollig. Maar ze zijn ook niet om te janken.
Ze zijn zomaar, zoals ik.”

In het afgelopen jaar heb ik me ontpopt als een portretschilder. Mijn spiegelbeeld en af en toe iemand anders zijn de directe aanleiding.
”Lijkt ie?” is daarbij een onontkoombare vraag. En meteen erachteraan: Als ie lijkt op wie dan? Op mij of op zichzelf? En als ie niet lijkt, mag ie dan blijven? 
Als je antwoorden verwacht heeft vragen stellen niet zoveel zin.

Beelden maken heeft nu meer dan ooit  voor mij de lading van een confrontatie met m’n geweten.
Als dat zwaar klinkt dan is dat terecht, maar dan wordt het voor u ook tijd om portretten te gaan schilderen.
Het is erg moeilijk in te schatten of de werken en dat geweten iets op elkaar gaan lijken. Het krijgt meer een gezicht, maar of dat ook van mij is?
Het is een voortdurende wisselwerking van angst, die er vaker is, en vertrouwdheid gedurende het hele proces en zeker ook als er weer een werk af is. Zelden kan ik de rust opbrengen om er opnieuw naar te kijken. Het idee dat de volgende beter zal zijn achtervolgt me voortdurend.
Dat is het eigenlijk, er is geen rust.

Voor mij staat een oneindige muur met daarin een gat. Een groter cliché is moeilijk te vinden, en dat is nu juist het punt. Geen enkele reden om het daarom te ontkennen.
En de angst is nog het grootst voor de mogelijke waarheid dat het gat een geschilderde illusie is. Helemaal geen mogelijkheid dus. Ik heb zo’n bewondering voor de mensen die ondanks dit met volle vaart dat gat induiken. Mochten er in de nabije toekomst zelfportretten van mij verschijnen met een hoog Francis Bacon gehalte dan is de kans groot dat u te maken hebt met iemand die eindelijk veel bewondering voor zichzelf heeft weten te veroveren door zich zo verschrikkelijk te vergissen. Ik neem alvast een voorschotje met de fotoprint waarin twee standpunten (zeg maar negatieven in oude analoge fotografie termen) tot een beeld zijn samengesmolten.
Het is een van de vele sluimerende projecten die in de loop van dit jaar zijn gestart.

Een andere is het verwerken van houtsneden in beha’s. Heel inspirerend. In deze zending ontvangt u een potlood-rubbing van een beha-achtig voorwerp met daarin fragmenten van de zelfportretten uit deze zending verwerkt. Ieder abonnee-nummer heeft in feite een uniek exemplaar! Wel genummerd.

Als derde en vierde prent van deze zending is gekozen voor nog twee houtsneden, eventueel te zien in serie met de eerste twee houtsneden van dit jaar.Zelfportretten, overwegend zwartwit, met een kleurvlak ingevoegd. De een in sluimerend groen, de ander in opzichtig, wat vervuild roze.  De gutssteken zijn net niet helemaal verbonden met de voorstelling, een lichte neiging tot zelfstandigheid.

Langzamerhand komt m’n passie voor de tasjes weer terug. Maar dat lijkt me iets voor het volgende jaar.
Een lollig jaar waarschijnlijk.

2007-03

 

Eerste zending 2007


         

 

 

 

 

 

 

“Kunnen we dit nou niet bespreken als volwassenen?”
Als je dìt tegen mij zegt en ik verbouw je arrogante bakkus niet meteen, dan geeft dat aan dat ik heel erg veel van je hou.
De vraag betekent op zichzelf doorgaans niks anders dan: “kunnen we elkaar nou niet zo voor de gek houden dat wat jij het liefste wilt vooral niet doorgaat.”
Van m’n vertrouwen in volwassenen en wat volwassen is in mijzelf is niet veel meer over. De laatste tijd denk ik veel aan een citaat van Picasso dat luidt:
“Als kind kon ik tekenen als Rafael. Daarna heb ik mijn hele leven erover gedaan om te kunnen tekenen als een kind.” 

Daarna ga ik dan meestal plassen.Ik vind het heerlijk om te plassen na een citaat.  Al plassend citeer ik dan graag verder uit teksten van  mijn kinderjaren zoals: “Mamma!, ik moet plassen!”  Als mamma dan volwassenenpraat als : ”moeten, moeten, niks moet!” verkondigde, dan hadden woorden geen zin meer en moest tot daden worden overgegaan om te overtuigen. Als kind bleek al dat ik vrij vaak gelijk had, ook als ik het foute woordje “moeten” had gebruikt. Toen maakte ik mij daar nog niet druk om en nu wil ik het liefst terug naar dat stadium. Het stadium waarin je gelijk hebt maar je daar niet druk om hoeft te maken, omdat de anderen met de shit blijven zitten, omdat ze je niet geloofden. In het nu is het maar al te vaak zo dat het andersom werkt. En dan komt dat denigrerende vraagje waarmee ik ben begonnen.

Kunst maken, misschien geeft dat hoop op een doorbraak in dit gedraai.
In de laatste officiële berichten over de inhoud van mijn werk werd gerept over het waarom van verpakkingen in de vorm van tasjes, kistjes, manden en behaatjes. Men kwam daar niet helemaal uit. Inmiddels dringen zich ook buswachthokjes en dakkapellen op. En als meest actuele onderwerp portretten. Dat gaat weer heel wat pagina’s kosten voor men erachter is dat hier ook niet helemaal uit te komen is. Toch is het in wezen heel simpel.
Het is wat me nu het meest bezighoudt. 

Ik heb voor u twee portretten gesneden in MDF en afgedrukt.In geschilderde versie noem ik het monologen. In de vorm van grafiek ook. Het is een geweldige titel, omdat dat is wat een zelfportret maken is. Het ik is vernietigend intens aanwezig op allerlei niveaus. Het is veel meer onontkoombaar dan ik me kon herinneren uit portretten die ik erg lang geleden maakte. Dat was nog in de tijd dat men het gevoel had dat het er wel eens erg lang kon duren voordat een groot kunstenaar zijn ware gezicht zou kunnen laten zien. 
Het is de hele tijd niks anders dan ik, ik, ik, ik. Het spiegelbeeld, het handschrift, de actie, het werk.
Je moet een beetje gestoord zijn om eraan te beginnen. Het heeft wat weg van vast zitten, in de rondte draaien, eindeloos doordrammen, paniekerig benauwd zoeken naar een hebbelijke warmte in een oververhitte woestijn.
Je rent, houdt in, maar de voeten gaan branden, je rent door en harder. Grotere stappen, de momenten rekkend waarop je in de lucht hangt. Op die momenten heb je af en toe de kans om in de sporen die je hebt nagelaten iets van jezelf te zien. 

En dan is er nog het fotootje dat deel uit maakt van deze zending. Gemaakt tijdens de uren vooraf aan de opening van mijn tentoonstelling in De Verdieping. In die tijd vond een bruiloft plaats. Ik keek naar buiten en zag de regen naar beneden kletteren. Had een poëtische gedachte. Iets in de trant van: “een werkende fontein in de stromende regen da’s pas triest”. En dan liet ik Veldhoven nog even buiten beschouwing. Het was zover, ik stond open voor triestheden van allerlei aard.  Laat de Isolde en trieste An maar komen.

Ik draai mij om en begin als een gek te fotograferen. Ondertussen bijna kotsend van de combinatie van broek, bevlekte benen en ongepaste schoenen midden in het beeld. Tegelijkertijd genietend van hoe de druppels hun weg in het beeld vinden. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de foto die er het minst als een gecontroleerd kunstwerk uitziet. Of ik zou beter zeggen die het minst iets heeft van een icoon of een teken dat zich in je geheugen prent.

Ik wilde een foto waarbij je beseft dat het een uniek moment is. De foto maakt het de beschouwer mogelijk getuige te zijn van een eigenlijk gemist moment. De foto heeft iets toevalligs en toch lijkt alles precies te zijn gecomponeerd. Het is eigenaardig dat de schoenpunten bijvoorbeeld precies daar staan waar ze op de foto terecht zijn gekomen. Dat is niet te regisseren op dat moment. Tenzij je natuurlijk L…. nou ja u weet wel.

“Monoloog-1”, hoogdruk in twee kleuren ( zwart blauw), 1 drukgang, Kozopapier.
“Monoloog-2”, hoogdruk in twee kleuren ( zwart paars), 1 drukgang, Kozopapier.
“Isolde”, inkjetprint van digitale foto.