p  a  u   L  E  G  E  L  a  n  d

 

Grafiekabonnement
 

Eerste zending 2006




         


 

Eerste zending 2006

Beste abonnees.
U bent met vijftienen. Ik heb vernomen dat velen onder u het bezit van een abonnement als een feestje beschouwen. Dat komt dan dit jaar erg goed uit, want nu er valt namelijk ook werkelijk wat te vieren. Het grafiekabonnement, een begrip in de wereld  voor de internet zoekmachine Google, bestaat in 2006 namelijk 10 jaar.

Bijna alle moderne bedrijven hebben voor deze situaties een gesmeerd lopende marketing afdeling die allang acties klaar heeft liggen waarbij, nog opdringeriger dan anders, de genodigden vooral worden uitgenodigd om nóg meer geld uit te geven. Ik heb mijn marketing afdeling ontslagen met de mededeling dat de opzegtermijn per direct is verkort tot 10 seconden. Ze zouden u bijna lastig gevallen hebben met al die ongein. Tien extra prenten voor dit jaar, allemaal prentjes van 10 x 10 cm.,  tien velletjes tekst bij elk prentje,  een gratis abonnement voor de 10e atelierbezoeker dit jaar. Ik heb ze elf trappen onder hun hol verkocht en, ja, toen wist ik weer dat ik al mijn tenen nog had. Tien jaar lang hebben ze iets kunnen bedenken en dan komen ze alleen met dingen die je net zo goed in het eerste jaar al had kunnen doen.
Wat voor actie zal het dan worden?
Ach ja, zo is het heerlijke lot van een abonnee. Altijd maar weer dat afwachten wat voor legelachtigs de pot zal schaften.

In het atelier beginnen zich nadrukkelijk enkele thema’s te manifesteren. Een stuk of vijf. Zo hebben we de doeken, liefst lendendoeken. Dat is een thema dat vooral nog in het hoofd zit. Er is vrijwel nog geen werk van ontstaan. We hebben natuurlijk de beha’s, waarover ik voor dit moment alleen wil zeggen dat ik ze met geen mogelijkheid kan loslaten. Mijn vingers raken erin verstrikt. Ik zweer u dat wat uiteindelijk iedereen voor een beha aanziet ooit begonnen is als poging om nou onderhand eens iets anders te tekenen. Een verwarmingsketel bijvoorbeeld, of  twee struisvogels in een verlaten landschap. Als ik dat toch eens zou kunnen maken…
Een derde thema ontpopt zich in het winkelmandje annex stapelbare opbergbox. Daarvan heb ik er al wel een aantal gemaakt. Het worden een soort doolhoven waarin de penseelstreken de weg kwijtraken. Voor en achter, binnen en buiten loopt door elkaar zoals dat alleen op het platte vlak kan. Sprekend in termen van het vierde thema, de racebanen, het werkt als een race tegen de ruimte. Een vijfde thema probeer ik even te vangen met de beschrijving: “knoppen die om moeten”. Dit thema zou in feite snel moeten worden uitgewerkt als ik opeens beroemd zou willen worden. Samen met het thema van de omwikkelde doeken is het nu actueel. Je hoeft zo’n lendendoek maar op een hoofd te zetten en je hebt een tulband. Het piemeltje van Christus dat eronderuit komt kan best voor de neus van Mohammed doorgaan. Die neus kan dan een thema worden waarop gevarieerd wordt. Een bloedneus, een loopneus, een Pinoccio-neus, enzovoort.
De basisregel voor onze westerse cultuur is dat praten met een mond vol niet netjes is. Bijkomend feit is dat veel mensen je dan minder goed verstaan.
Ik heb, en velen in de kunstwereld met mij, de mond vol van verovering van grote vrijheid en zelfstandigheid. Loop dan niet te zeuren over onbegrip. Kunst heeft juist veel waarde als gebied waar mensen nooit helemaal grip op krijgen. Laat dat klootjesvolk maar eens een beetje puzzelen, da’s goed voor ze.

Politici hebben de laatste jaren de mond vol van kunst die haar bestaansrecht (wie verzint het?) grotendeels ontleent aan haar belangrijke rol die zij moet willen spelen in het leven van zoveel mogelijk mensen. Twee vragen daarbij:
waarom moet dat?
en nog maar eens waarom moet dat in Godsnaam?
Als de politici dan te maken krijgen met plaatjes waarbij de Deense cartoonist  zijn uiterste best gedaan heeft om het voor iedereen zo duidelijk mogelijk te laten zijn, dan moet het opeens weer meer gecamoufleerd worden.
In een cultuur ontstaan beelden. De beelden die na een tijdje overblijven zijn de beelden die een cultuur verdiend heeft. Door deze redenering kan ik er mee leven dat mijn beelden misschien nooit mee zullen tellen.

Deze zending bevat o.a. iets wat op een boodschappentas lijkt: “ Honey”. Een computertekening afgedrukt op Tetenal Photo Glossy Ink Jet papier van 272 grams. Wat ik eerder de race tegen de ruimte noemde is hier zichtbaar.  Het roept bij mij ook herinneringen op aan een eerder voor het abonnement gemaakte foto:

En deze foto had destijds al een voorspellende waarde (richting ondergoed). Zo hangt alles aan elkaar in Legeland.

Tijdens de laatste vergadering van ons managementteam bestaande uit  dhr. Legel. P.(aulus) van de Productie, dhr. Legel. G.(erhard) van Human Resource en mw. Legel. A.(ntonius) onze Public Relations-manager, bleek er onenigheid over invulling van het begrip “Hebben”. Binnen de firma lijkt dit een thema voor het overleven te worden. Met name Legel. A. dwaalde af en begon te brabbelen over “hebben” in de context van haar voorvader Antonius , demonen, kromme en rechte paden enzo, u kent dat vast wel.
Legel. G. merkte fijntjes op dat het toch echt een andere Antonius was waarmee Legel. A. zich teveel identificeerde.
Legel. P. was het hele geëmmer al snel zat. “Legel. A.”, zei hij, “de heilige van jou heeft destijds dan wel gewonnen, maar in deze tijden kun je de strijd niet zomaar meer aangaan door wat met je kruis te gaan wapperen, begrepen?! Dus vul je waffel met een bonk chocolade en laat mij onderhand weer eens aan het werk. De abonnementhouders, die ongenadig zullen afrekenen met Legelonwaardige kwaliteit en inmiddels al zo’n twee maanden zitten te wachten op iets nieuws, moeten ervan uit kunnen gaan dat alle paden, hoe recht of krom ook, zullen leiden naar het Atelier. En die garantie geef ik hen.”
 

Het tweede prentje, getiteld “het Kraslot” is de ets in blauw-paars van een aangetast behaatje, of iets wat daarvoor door kan gaan.  Aansluitend bij de hierboven beschreven perikelen kun je zeggen dat je nu eenmaal niet altijd alles kunt hebben. Gretigheid vernietigt veel meer dan je lief is. Soms betekent het meer als je minder hebt.( Ik heb het uit mijn strot gekregen en het ziet ernaar uit dat het werkt.)
Het is natuurlijk helemaal niet noodzakelijk om dit werkje, bij pogingen tot plaatsing in uw wereld dezelfde kronkel mee te geven.