p  a  u   L  E  G  E  L  a  n  d

 

Grafiekabonnement
 

 

Tweede zending 2005

 

 

 

Tweede zending  2005

De verwachting is dat de hele oplage van het abonnement het volgende jaar uitverkocht zal zijn. Voor nummer 15 zijn op dit moment drie gegadigden, al heb ik zo mijn twijfels over de hardheid van hun interesse en hun belofte er werk van te maken en zich in te schrijven.
Het zou niet de eerste keer zijn, dit laatste half jaar, dat ik wat teleurgesteld word door mijn achterban. Het volgende is voor degene die zich terecht aangesproken voelt.

Natuurlijk, een abonnee  kan niet altijd op een opening zijn, die treurnis wil ik u zeker niet extra inwrijven, maar  kom op mensen!!!  Ik heb twee tentoonstellingen, in de buurt van het Eindhovens Dagblad zal ik maar zeggen, en nog niet een kwart van alle abonnees komt op één van de twee tentoonstellingen opdraven. Ik zwijg liever even over het belabberde aantal abonnees dat de tentoonstelling in Amsterdam heeft bezocht.

Lees op mijn website ( www.legel.nl ) anders nog even na wat de doelen zijn van het abonnement. Eentje wil ik er zo nog wel noemen. Het abonnement houdt de geïnteresseerde abonnee enigszins op de hoogte van wat er in mijn atelier gebeurt. U hebt daarmee echter bij lange na geen compleet beeld. U krijgt wel meer een kijkje in de keuken dan kunstenaars gewoonlijk willen toestaan. Abonnee zijn zou moeten betekenen dat u deel neemt, betrokken bent en liefst ook kritisch bent over mijn werk en de rol daarvan in de wereldgeschiedenis. Als u het abonnement alleen heeft om topgrafiek voor een habbekrats thuisbezorgd te krijgen dan laat maar zitten. Als u het abonnement heeft om mij moreel en financieel te steunen dan hebt u een goed hart, maar kunt u ook gewoon een werkje kopen. Dan weet u wat u koopt en steunt u mij waarschijnlijk nog meer en dáármee doet u uzelf ook weer een plezier. Er zijn meer redenen om abonnee te willen zijn mag ik hopen.Als ik u was dan zou ik nog eens in een stukje opgepoetst koper kijken, diep adem halen en mijn vervormde spiegelbeeld als abonnee vragen: “Heb ik al betaald? (het deel geven). En zo ja, is dat alles of zit er meer in? ” (het deel nemen)
Ik geloof in mijn abonnees. Ik weet dat er meer in zit. Onderschat uzelf nou niet. Leg het bijltje er niet te snel bij neer. Het is geen zinkend schip en het is geen Loveboat. En er is geen enkel spreekwoord waarbij iemand een mijnenveger in volle vaart verlaat.

In het Eindhovens Dagblad is een artikeltje verschenen over de tentoonstelling in De Overslag. De zes deelnemende kunstenaars worden genoemd en vervolgens wordt er van vijf iets gezegd. Wat er gezegd werd sloeg volledig de plank mis. Ze zal gedacht hebben: “Over die Legeland en zijn werk valt niks onzinnigs te zeggen”. Met die gedachte doet zij haar talenten ernstig tekort. Over iets waardevols valt altijd de grootste onzin te verkopen. 

Maar nu een poging om over iets onzinnigs iets te zeggen dat waarde heeft.
Inmiddels heb ik dit jaar al heel wat nieuwe grafiek gemaakt.
De etiketillustraties zitten nog altijd in mijn hoofd.
Wat thematiek betreft lijken dingen met veel draden erin een steeds grotere rol te spelen.
De lijnen bevinden zich in een overgangsfase. Tussen beschrijvende lijn en zelfstandig ding in.

 “Label” gaat verder op het gegeven van de wapperende etiketvorm.
Een in principe dienende vorm die eigenlijk liever zelf de moeite waard wil zijn. Daartoe wringt hij zich in allerlei bochten, wat een beetje theatraal overkomt.We zien ‘m hier in de rol van slang en riem tegelijk.De huid is verkregen door te tekenen op de etsplaat met vetkrijt. (Dat heb ik ook gedaan bij de prenten van “Het Gilde in de Nacht”)

 De vijfde prent van dit jaar is “Going Up the Country” (Is ook de titel van een song van Canned Heat)
Het kan geen toeval zijn dat al werkend aan de lijndingen en dinglijnen mijn oog viel op een nooit vervulde hartenwens uit mijn jeugd. De racebaan. Een lijnding bij uitstek. Een die uitnodigt om er streken mee uit te halen.
Ik ga er zeker een aantal schilderijen aan wijden, maar ben de aanval begonnen met het fototoestel. In de folders van de speelgoedzaken staan al de meest spectaculaire foto’s van racebanen. Ik zie ook een duidelijk verband met metalen hekwerken en alsmaar voortgaande lijnen in Arabische motieven. Oppassen geblazen, want voor je het weet zit je in te algemene, zogenaamd goddelijke, tekens te woelen en dan is het einde werkelijk zoek. Ik wil zeker ook het verband met oosterse kalligrafie ruim baan geven. Vanwege mijn geloof in een waarachtige vorm gestuurd door een krachtige hand.

Bij een atelierbezoek of bij  een volgende tentoonstelling zal de samenhang makkelijker dan in woorden duidelijk gemaakt kunnen worden. De aantrekkelijkheid van “Going Up the Country” zal ongetwijfeld toenemen naarmate u meer van de wereld eromheen in mijn werk zult zien. Natuurlijk ook in komende zendingen. Nu moet u het even doen met dit beeld alleen en daar is niks mis mee. Behalve dan dat de weg zomaar ophoudt, of uit het niets begint.  Van links naar rechts over het vlak kijkend verandert de vorm van een weg in een lijn. Een vlag? Een horizon? Het is een stilleven en ook een soort landschap. Misschien biedt dit onderwerp een opening om de wereld van het stilleven te doorbreken. Niet om de stillevens achter me te laten, maar om ze mee te nemen. Het wordt dan een moeilijke race zo met een vrachtwagen vol geladen tegen de snelle jongens zonder bagage. En toch neem ik het allemaal mee. Al was het maar om er de andere coureurs op de baan mee te bekogelen. Waar zijn die trouwens, lig ik hopeloos achter of eindeloos voor?

 

Label: ets in blauwzwart, 1 drukgang, Magnani Incisioni 190 grams papier.

Going Up th Country: Inkjetprint van digitale foto op Epson fotokwaliteit glanzend 141 grams papier.

 

 

Derde zending 2005

 

 

 

 

Zoals u weet geeft het  abonnement, op de eerste plaats in grafiek en op de tweede plaats in de begeleidende teksten, een indruk van de actuele stand van zaken.  Die is niet altijd om over naar huis te schrijven. Maar schrijvend naar mijn abonnees verzwijg ik niks als het om kunst gaat.
In de begeleidende tekst van de vorige zending hebt u mij kunnen leren kennen van een belangrijke, maar zelden te ontmoeten, kant. De kant van de zelfdestructie.
Die is altijd wel sluimerend aanwezig. De zoektocht naar punten waarop zelfkritiek nadrukkelijker uitgeoefend zou kunnen worden is vermoeiend en zelden bevredigend. Een korte blik op mijn nagels en het vel eromheen zegt genoeg. Ik minacht mensen die ermee te koop lopen. “Mauw niet en doe er dan wat aan”,  is mijn motto. En toch was het er onmiskenbaar even. Die neiging om mogelijk ten koste van mijn eigen ruiten zonodig wat gal te spuien. Ik hoorde wel wat gerinkel, maar of het door het isolatie glas heen is kom ik pas te weten zo rond eind januari 2006 als alle inschrijvingen voor het nieuwe abonnement binnen moeten zijn.

U maakt mij via het abonnement dus van alle kanten mee. Ik ben niet perse trots op al die kanten, maar ik moet het ermee doen. En al die kanten leiden uiteindelijk wel tot de werken die ik met gepatste trots kan laten zien. Ja, hooghartigheid hoort daarbij. Hebberigheid en ongeduld zijn er nog twee en ook daarvoor ga ik niet in therapie.
Mede door deze kanten dringt zich het inzicht aan mij op dat ik u en mijzelf in feite na de vorige zending niets anders te bieden heb dan doekjes.
Vanaf nu ga ik mij vooral daarop richten. Om een tipje van de sluier op te lichten kan ik zeggen dat ik verwacht er nog tot ver in 2006 mee bezig te zijn. Zoals het mij nu voorkomt is het een allesomvattend onderwerp. Veel van mijn stokpaardjes  kan ik daarin berijden. Het is een stilleven onderwerp, heel traditioneel zelfs, want welke kunstenaar heeft niet ooit een draperie bestudeerd?  Het kan landschappelijke kwaliteiten hebben. Het biedt allerlei mogelijkheden om inhoudelijke aansluiting te vinden met beelden uit de kunsthistorie, zoals lendendoeken, vlaggen, banieren enzovoort. Ik kan mij eens goed verdiepen in de idioot rode doeken die op veel van Caravaggio’s doeken verschijnen. Op doeken kunnen allerlei decoraties staan die de gelaagdheid in het beeld kunnen vergroten. De recensenten zullen inkt tekort komen.

 De derde zending bestaat uit:
1) Verbloemen, een computertekening geprint op Epson 141 grams foto kwaliteit glanzend papier.

Wie mijn website volgt zal hebben opgemerkt dat er met de regelmaat van de klok nieuwe bustehouders te zien zijn. Sommige dramatisch, sommige luchtig.  “Verbloemen” is er niet eentje die ik snel zelf zal dragen, maar als de suppoosten bij de foto’s van Rineke Dijkstra in het Stedelijk dat nou eens deden. Dan had je iets om over na te praten.
Rineke, dat is die fotografe die in principe geen interviews geeft, alhoewel ik ze nu al drie keer in een week tijd op de televisie over haar werk heb horen praten. Naar aanleiding van vragen wel te verstaan. Ik geef in principe wel heel veel interviews.
Alle respect hoor voor het werk van Rineke. Er zit onmiskenbaar wat in en het zijn ambitieuze projecten. “Zoektocht van fotografe naar psychologisch dualistische situatie van modellen die toevallig langs komen enz. enz.”. Wat me stoort is dat er wel erg vaak voor gekozen wordt om het arme model met een hoop flitslicht te bestoken. De eenvoudige, bescheiden en psychologisch vervormde behaatjes van mijn hand kunnen het ook heel goed af zonder het flitslicht van Rineke.  Dit behaatje wordt zelfs totaal niet verlicht. Licht en schaduw ontbreken. Wat mij bijzonder aanspreekt is o.a. dat de decoratie de vorm is i.p.v. dat er op een vorm decoraties zijn aangebracht.  In de computer heb ik met een bloemenmotief getekend. Een verschillende penseeldikte heeft tot gevolg dat er bloemetjes van verschillende grootten te zien zijn. De randjes zijn vervormd door het penseel “wervelwind”. Door de bloemen te vervormen wordt de plasticiteit van sommige vlakken vergroot. Pikant detail vind ik zelf de verbinding tussen de linker en de rechter cup. Als u er niet heel snel een fragment van een bloemetje in ziet valt het uit elkaar. Blijven kijken dus voordat er ongelukken gebeuren.
Verder is de ruimtelijkheid van de cups tweeslachtig. Het suggereert een volume te kunnen behappen en door de overlapping van het bloemmotief ontstaat er een andere ruimte.
Als u mij erop betrapt dat ik, met een schuin hoofd, wat te lang naar de kleding van toevallige voorbijgangers sta te staren stoor mij dan niet onnodig, want ik ben dan aan het werk en de bruikbare momenten zijn in een flits voorbij.

2) Verkijken, houtsnede (mdf) afgedrukt op Simili japon 225 grams papier

Het lijkt zwart, maar het is meer grijs. Een soort graphite. De ‘omgeving’ van de beha is deels weggepoetst  voordat het plankje werd afgedrukt. De vorm vecht zich met een hoop “herrie” los uit zijn omgeving door de draaiing en door de agressieve wijze waarop er gesneden is. Deze prent is in de vaart ontstaan. Eigenlijk een bijproduct. Nader bekeken is het onderwerp te automatisch gekozen. Het doet me realiseren dat die foto van dat stuk racebaan van de vorige keer…, eigenlijk nu meer geschikt lijkt om te worden uitgesneden. Dan behoudt het zijn rigoreuzachtigheid *.  Al blijft er het gevaar van verkijken dat inherent is aan toekomstmuziek.

3) Verdraaide lap, ets afgedrukt op Magnani Incisioni 190 grams papier

Potverdorie, de eerste lap is een feit. Hij is verzonnen, niet naar aanschouwing gemaakt. Ach ja, je verzint zo nog eens wat. Een lichte angst overviel mij toen ik na vijf minuten even dacht dat er verder toch niet zoveel over lappen te verzinnen viel. Het voordeel van de historische context van de lap in de kunst laat je ook beseffen dat de lap een onderwerp is dat al behoorlijk is uitgewrongen.  Als je de mazzel hebt, zoals ik, dat je weet uiteindelijk met Legel. te kunnen ondertekenen weet je tegelijk dat je de kracht in de handen hebt om nog wat verder te draaien. De truc is om het lapje eventjes weer wat te laten absorberen alvorens genadeloos toe te slaan. (Een goede truc is geen truc want hij kenmerkt zich doordat  weet hebben van de truc niet genoeg is om hem juist uit te kunnen voeren.)

Het lapje is zo gedraaid dat iets te zien is van de landschappelijke kwaliteiten die ik eerder noemde. De rode tinten werken echter niet aan die illusie mee.
Dit lapje, maar zeker ook de nog komende lapjes zullen inhoudelijk te interpreteren zijn als vormen van ergernissen. Een uitlaatlapje, zo u wilt.
Het inspireert me ook nog eens te kijken naar kubistische oplossingen van draperieën waarmee veel van Picasso’s godinnen zich omgeven. Daarbij komen de verwrongen autodelen van John Chamberlain om de hoek kijken. Wat een bonken energie! Oei, oei, ik word weer jaloers. Aan het werk potverdorie.

 *): Uit de Dikke van Legel valt op te maken dat de term rigoreuzachtigheid maar moeilijk te omschrijven is. Gun ‘m even de tijd de prenten te maken. Daarna zal Van Dale er ook niet meer onderuit kunnen.