p  a  u   L  E  G  E  L  a  n  d

 

Grafiekabonnement
 

Eerste zending 2004

 

                        

 

 

Eerste zending 2004.                                                                 maart - september 2004.

Men vraagt mij altijd meteen na een expositie, maar ook vaak veel langer daarna: “en, Paul, wanneer heb je de volgende expositie?” Het  antwoord dat volgt is dan: “Nou, ik streef naar één of twee exposities per jaar. Er staat nog niks gepland”.
Daarna volgt een verbaasd en licht verontrustend “ohoo?!” als reactie.
En daarna een “tsja” mijnerzijds. Die klinkt licht verbitterd, realistisch en vertrouwenwekkend, al was het maar om te laten merken dat ik ook de kleinste woorden vol betekenis weet te stoppen.
Het gebeurde afgelopen november weer en de houdbaarheid van wat ik doe is bewezen. Er is aan de situatie nog niks veranderd.

Inmiddels doen drie werkjes van mij mee aan de tentoonstelling in museum Kempenland die te bezichtigen is tot begin september 2004. De directeur belde mij ongeveer een week voor de opening op met de vraag of ik nog meer werk had dat lijkt op een ets die ik in 2003 voor de Krabbedans had gemaakt. Hij is duidelijk geen kenner van mijn werk, want sinds wanneer maak ik werk dat lijkt op ander werk van mij?  Als je werk wilt hebben dat lijkt op ander werk van mij zul je het moeten zoeken bij een van mijn vele volgelingen, maar die zijn waarschijnlijk weer veel duurder. Dat is dan terecht, want ik geef het je te doen, hoor.
De bewuste ets had hij bij de Krabbedans geleend voor de tentoonstelling.  Daar begin je als kunstenaar dus weinig tegen, mocht je bezwaren hebben om aan deze tentoonstelling mee te doen. Maar goed, het is een aardige man die het goed bedoeld en dan doe ik niet zo gauw moeilijk, ook al zet ik daarmee mijn carriere een jaar of drie in zijn achteruit. Dat houd je lekker jong, zou je kunnen zeggen. Ik heb hem vervolgens uitgenodigd om te komen kijken in mijn atelier met de mededeling dat ik zo misschien nog een beetje controle kon hebben over wat er in de diverse musea over de wereld zoal van mij getoond wordt. 
Gelukkig heeft hij daar een heel sympathieke keuze gemaakt, twee rubbing-tekeningen uit 2004, en daarna op een plekje naast de trap gehangen. Onder de trap was wellicht geen plaats.
En het hangt naast werk dat weliswaar ook flesjes en potjes als voorstelling heeft, maar ongeveer vijfentwintig keer zo groot is en fotorealistisch moet lijken. Het verband met mijn werk is zeer oppervlakkig.
Ik wil niks met fotorealisme van doen hebben. Dat vind ik niet tastbaar genoeg, tenzij het een foto is. Mijn realisme is echter echter. En vooruit, nog eens echter. Ook al lijkt het minder een foto. Mijn werk lijkt op niks, maar is wat het is.

 Ik ben de komende tijd sowieso wel van de goededoeleriggen. Er staat een project op stapel samen met mensen van de Ergonbedrijven en een ander project, via de Krabbedans, samen met basisscholieren, groep acht. Er komt een tentoonstellinkje van Patagonisten in de Overslag in Eindhoven. Die zijn altijd blij als ze hun ruimte gevuld krijgen. Het is dus een beetje aanklooien in 2004 en ik krijg er nu al een projectkop van. Hier en daar levert het een enkel duitje op maar ik vrees nu al dat het niet genoeg zal zijn om uw abonnementsbijdrage te kunnen bevriezen. (Daarover eind december meer)

 Oh, oh, soms zou ik willen dat het runnen van een kunstatelier iets minder dynamisch kon zijn. Ik heb mijn tekstje nog niet af of er is al weer het een en ander veranderd. Zo gaat het tentoonstellinkje in de Overslag van de Patagonisten pas volgend najaar (2005) plaatsvinden en inmiddels heb ik het bericht mogen ontvangen dat het rijk het de moeite waard vindt om aan de ontwikkeling van mijn oeuvre een steentje bij te dragen in de vorm van een basis-beurs. Nog meer spijt dus als haren op mijn hoofd van al die goededoelprojecten die de komende tijd nog te gebeuren staan.

Nadat ik het had nagevraagd bij het rijk heeft het rijk mij direct gevraagd om een aanvraag in te dienen. Ze raken het geld aan de straatstenen niet kwijt zou je denken. Anderzijds moet het  voor de belastingbetaler een opluchting zijn om te weten dat er nog departementen zijn die fondsen aansturen waarvoor wisselende commissies opgericht zijn waaronder advies-commissies “C ” waarin af en toe een krappe meerderheid van de leden na lang beraad open staat voor het idee dat een uitstekend doel ook een goed doel is. (En dat een goed doel niet altijd betekent dat er achteraf een dure onderzoekscommissie er nog meer geld aan moet verspillen) Nee, nee zonder cynisme, het systeem blijkt gewoon toch te werken in 2004. En ik ben daar heel erg blij mee want  het geeft mij de mogelijkheid om gedurende twee tot vier jaar meer vrij van school te hebben. In die tijd hoop ik ervoor te kunnen zorgen een of enkele promotoren voor mijn werk te vinden die dat langere tijd volhouden.

Over nu tot de zending.

 Ik heb het aquarelleren met acrylverf even gelaten voor wat het is en ben weer eens op middelgroot formaat (zinkplaten van 50 x 100 cm ) aan het etsen. Mijn thuisbasis zeg maar, als men u ooit vraagt wat nou het eerste was waar die Legel de bovenste beste in is geworden.
En inderdaad ik voel mij weer direct thuis in het medium dat zo ruim en breed is dat het een wonder mag heten dat het er ook zo knus kan zijn.  Maar dat hebben we gelukkig vorig jaar al gezien. Hou op, hou op, ik kan geen gezelligheid meer zien. Ik moet er bijna van kotsen.
Een kwinkslag als deze bracht mij op het idee van de serie zakken die men in de boekjes als praktisch aanprijst. Zo zie je maar dat een idee overal uit kan vallen, maar zelden uit de lucht.

Een kokerzak en twee verschillende plunjezakken. Eenvoudige en van zichzelf al plastische vormen.  Door het schrapen komt er een tweeslachtigheid in. Van een afstand werkt het als licht, van dichtbij zie je dat het weg geschraapt is en valt misschien eerder  het vlakke karakter van de vorm op. Het idee van een zak verdwijnt iets, maar de vorm wint aan zelfstandigheid. (Vooral bij de groene plunjezak).
De kleuren lijken hier en daar ook de ruimtelijkheid te versterken, maar schuiven eigenlijk meer volgens de eigenschappen van het platte vlak in elkaar.
Ik raak meer en meer ervan overtuigd dat een vorm realistischer is als duidelijke vlakke elementen een verstorende werking hebben op driedimensionale effecten, als de illusie van echtheid verstoord wordt. 
Zichtbare veranderingen, weggeschraapte delen, hier en daar schrale afdrukken, wat viezig kleurgebruik, de wereld van Legel is tegelijk nieuw en gebruikt.

De drie kleuretsen  zijn afgedrukt op BFK-Rives 250 grams wit etspapier.