p  a  u   L  E  G  E  L  a  n  d

 

Grafiekabonnement

Laatste zending 2001



        
         

 

December 2001.

“ Kies “ en “ Verzuring “

Beste abonnee,

Welke plaats etsen maken in het leven van De Etser van Eindhoven (er kan er maar één tegelijk de titel Beste krijgen ) precies inneemt blijft een onderdeel van zijn zelfonderzoek.
We zullen hem eens een fractie van een dagje in actie volgen.

Eindhoven, 27-12-2001.

De dubbele rij bij het grenswisselkantoor is zo’n 25 meter te lang om die miezerige 500 BFr in te wisselen. “Morgenochtend dan maar proberen”, denk ik en kronkel mij fietsend een weg door chaos van rokend blik rondom dat verschrikkelijk Eindhovensche beeld. Tussen al dat prachtige grijs bedenk ik de tonen waarin  ik vanmiddag de grafiekgeschiedenis  verder zal schrijven. De gedachten van de vastzittende automobilisten dampen mee naar buiten. Opeens vliegt zo’n geflipte pedaalridder vol in z’n achteruit op mij af. Terwijl ik ternauwernood nog kan ontwijken denk ik: “Bruin, Zwart! verdomde oetlul! “.
Na deze vier woorden zit ik opeens  iets schuin voor de auto, zie achter de beregende ruit een vormloze schim en permitteer me een verkeersregelend gebaar richting de schim. Vervolgens geef ik mijn pedalen een bemoedigend duwtje en “ Nondekut! Rood! Nee, fuck Blauw! ” zwenk mijn stuur plotseling naar rechts, zodat diezelfde schim net niet mijn voorwiel eraf rijdt. Hij moet stoppen voor het verkeerslicht. Is dat boffen?!
“Ik ben nog geen 40, ik voel mij sterk (door die onverwachte zwenking lijkt mijn stuur verbogen.). Ik ben geen oetlul. Hij is een oetlul. Het regent. Waarom nu die rij? Cd-s rippen duurt te lang op die flut computer, daar heb ik allemaal geen tijd voor jongens. Ik had wel dood kunnen zijn, of gehandicapt. Ik ben uit de kleuren voor vanmiddag. Wat kan mij gebeuren? Volgens mij zie ik er best gevaarlijk dom uit, zo met die zwarte muts scheef op.

Kom het is nog het oude jaar. Wat een zak!”
Ik bonk op dat zijraampje van hem. Het raampje openen was genoeg geweest , maar nee, hij moet zonodig uitstappen. (Oh, groter, ook een scheef mutsje, een jaar of 7 jonger en in het dagelijks leven waarschijnlijk best een aardige oetlul, jammer dan, doorgaan nu.)
“Wat is e…?”
“ Gij moet godverdomme een bietje uitkijken, kloothommel! Ge rijdt mij nondejus tot twee keer toe bijna halfdood “.
“Da’s nie, trouwens da zie ik toch nie..”
“Nee, nee, nee, (Donkerblauw!)  gij snijdt mij hier af en da waar expres! Da achteruit rijden bij (dus Donkerbruin en Donkerblauw) de eerste keer da kan gebeuren, maar ( Gele wortels!?) mij mee daarna afsnije, da waar expres!”
Was hier sprake van enige hapering in de zin? Expres is een lullig woordje, niet meer gebruiken. Waarom maak ik geen indruk? Nog harder praten! Het gaat niet ideaal, maar van de andere kant, er gebeurt wat. En als ie gaat meppen overleeft ie het niet.
“En wa dan nog, man, wa wilde nou eigillik bereiken?”
Die onschuldige rot bakkus van dat stuk zult begint mijn half werkend verstand uit te schakelen en, een kop groter of niet, ik overweeg werkelijk hem in zijn nek te omarmen en ‘m zo met zijn hoofd voorover tegen de ruit aan te butsen.
“ Jou laten weten dat je een verschrikkelijk grote zak tabak bent.”
 (En da ge heel gauw moet opflikkeren. Ge staat hier, godverdomme, de tijd te verdoen van iemand die tijdens de Golfoorlog *geëtst heeft. (Oker! )
Ik sta nu met m’n neus praktisch tegen zijn mond aan te briezen. Het rondvliegend speeksel valt niet zo op in dit weer. Ik kijk strak naar zijn ongewassen neusgaten.
“Oh, oh, grote jongen, wa moet ik daar nou mee? Wa wilde nou?  ….”
Hij valt in herhalingen en is niet van plan uit te halen. Dat haalt mijn woede verdomme weg.
“Ja,ja, eikel, je bent een grote lul de behanger en je kunt niet rijden en jij moet er mee leven”
“Tsss, rij nou maar weer weg, met oe fietske!” Hij stapt snel in en rijdt door het zojuist groen geworden licht.
Opgewekt ga ik verder, naar het postkantoor, geld storten. Dat gaat ordelijk, genummerd en langzaam.

Als ik mijn vingers daarna opwarm aan de verwarmingstafel van Het Atelier, op het ritme van de regen vooral niet aan Rob de Nijs denkend, denk ik: “I’m back. Home where the gras is greener en ze faaier izzolwees burp…..” en begin met ongekende beheersing mijn beelden af te slaan. Donkerbruin, donkerblauw, geen gele wortels, oker, rood en zwart.

 

·         

Een verstandskies die er destijds, alhoewel volkomen onbeschadigd, zonodig uit moest om de andere kiezen ruimte te geven. Een mondkapje of masker tegen bijtende stoffen in de omgeving. (En ook in Tokyo tegen verzuring in het spitsverkeer)
 

De Etser van Eindhoven is grootgebracht in een tijd waarin de moedermelk nog een bufferfunctie kon hebben.

* deze opmerking is deels ingegeven door tekst van H. Brusselmans, beste schrijver van Gent en verre Omstreken

 Kies en Verzuring zijn in 1 drukganggedrukt, ets aquatint, op BFK-Rives 250 grams papier